Samen oriënteren op het werken in de sector

De afgelopen periode hebben de eerstejaars studenten van de opleidingen Groen, grond & infra (niveau 4) en Veehouderij (niveau 4) in Almelo en Hardenberg gezamenlijk lessen gevolgd over het thema ‘Oriëntatie op het werken in de sector’. In dit onderdeel maakten ze met opdrachten, discussie, excursies en gastsprekers kennis met de geschiedenis van de sector (waar komen we vandaan?), de huidige situatie en de verwachtingen voor de toekomst. Een nieuwe aanpak, die door bedrijven, studenten en docenten als positief is ervaren.

Het thema wordt ‘landbouwbreed’ aangepakt. Dat betekent dat een loonwerker leert over de  melkveehouderij en de varkenshouder over het loonwerkbedrijf. Meningsvorming, openstaan voor andere ideeën, kennismaken met deelsectoren van de landbouw staan centraal in dit thema.

Het bedrijfsleven is nauw betrokken geweest bij de opzet van dit thema. Els Bruns (varkenshouder), Nicole Scholten Linde (melkveehouder), Gert Jan Poppink (loonwerker) en Alfons van de Belt (trainer en praktijkverbinder voor de gehele sector) hebben input gegeven. Belangrijkste input: maak het curriculum meer kringloop-, keten- en omgevingsgericht, met aandacht voor de breedte van de sector en de houding van de studenten die hierbij vereist is.

De reacties van de studenten en docenten op het gezamenlijk volgen van thema’s wordt als positief ervaren. In het eerste leerjaar zullen de studenten Veehouderij en Groen, grond & infra ook samen lessen volgen op de thema’s ‘teelt’ en ‘bodem’.

Reactie van bedrijven op thema
Els, Nicole, Gert Jan en Alfons zijn tevreden over de wijze waarop Zone.college de gewenste input heeft verwerkt in het thema ‘Oriënteren op het werken in de sector’. ‘De docenten zijn actiever op zoek naar recente ontwikkelingen in de sector’, aldus Els Bruns (varkenshouder). Els heeft binnen het thema ook een gastles gegeven. ‘Heel positief. Studenten staan er echt open voor en degene die iets meer thuis zijn in de varkenshouderij kunnen al vlot het verschil en de switch maken naar een andere werkwijze.’

Nicole Scholten Linde (veehouder) geeft aan: ‘Iedereen vindt de breedte van de opleiding zoeken van belang. Echter, ook alles wat in de wereld om ons heen gebeurd is erg belangrijk. Het is van belang om ook andere sectoren te snappen, zodat je de samenwerking met andere sectoren kunt gaan opzoeken,  maar ook dat je ziet wat iets doet als je het niet goed met een ander overlegt.’

‘Afgelopen donderdag hebben we een aantal veehouderij studenten mogen ontvangen vanuit Hardenberg. Wat geweldig om deze jongens en meiden te mogen laten beleven wat we in deze sector en omgeving soms ervaren. De studenten snappen dan inmiddels ook dat de omgeving met regelmaat bepaalt hoe je boeren kunt. Daarnaast leren wij als gastbedrijf ook veel van de studenten. Ze stellen doordachte vragen en willen graag meedenken. Top om dit te doen!’

Hoe ervaren studenten het?
De studenten in Hardenberg en Almelo verschillen erg van elkaar in achtergrond (wel of geen bedrijf thuis), in interesse (loonwerk, akkerbouw, melkvee, melkgeiten en combinaties hiervan) en persoonlijke ambitie (bedrijf thuis overnemen, werken in de periferie, doorleren naar het hbo). Deze breedte maakt het voor hen nuttig om kennis te maken met de verschillende sectoren binnen de landbouw. En dat ervaren ze ook als zodanig als we de reacties zien.

Anoniem: “Ja, want je hebt het over hoe het later misschien zou kunnen gaan en de meningen hoe anderen er over denken.”

Aniek uit Almelo: “Thuis hebben we geitenbedrijf. Mijn ambitie is juist om door te gaan met de geiten, maar ik vind wel alles leuk. Dus ik vind het niet erg om over koeien te leren.”

Tom: “Ik woon in Lonneker met mijn gezin. Wij hebben zelf geen bedrijf, maar ik vond het vanaf kleins af aan al leuk om met dieren bezig te zijn. Vandaar dat ik nu voor deze opleiding heb gekozen. Ik weet nog niet wat ik na mijn opleiding ga doen. Daar hoop ik in de komende jaren achter te komen. De breedte is goed, omdat je dan ook een beeld hebt hoe het in de andere sectoren er aan toe gaat.”

Bart (thuis melkveebedrijf): “Wat ik leuk vind? De praktijklessen, de kleinere groepjes waarin je werkt en de verschillende informatie die je krijgt.” Wout (thuis Black Angus koeien) beaamt: “Ik vind vooral leuk: de bedrijfsbezoeken die we nu hebben gehad, niet eentonig les maar er worden ook vragen gesteld en we krijgen veel info.”

Anoniem: “Ook heb ik voor deze opleiding gekozen, omdat mijn opa een boerderij heeft die ik graag over wil nemen. Ik vind het leuk dat we in dit thema de geschiedenis in gaan, het toekomstbeeld van anderen horen. Ik denk niet dat het een heel belangrijk vak is, maar dat het je wel helpt om je te gaan verdiepen hoe je eventueel later je bedrijf wilt runnen, en hoe absoluut niet, aangezien je van alles tegen komt.“

Thijs (Hardenberg): “Ik liep heel veel bij mijn ooms op de boerderij en ik vond geweldig om die dieren te verzorgen en het land werk te doen. Vandaar dat ik deze opleiding heb gekozen, om later wat in de sector te doen. Ik vind echt geweldig en top dat we naar andere bedrijven gaan kijken. Daar steek je echt wat van op!”

Anoniem: “Mijn vader heeft een eigen loonbedrijf; een loonvoermengbedrijf. Ik wil graag zijn bedrijf overnemen. Ik vind dit thema belangrijk, want dan kom je er meer van te weten en het is belangrijk om te kijken wat je allemaal hebt gedaan. De lessen zijn goed!”

Guido (Hardenberg): “Ik heb geen achtergrond in de veehouderij, maar werk sinds mijn 12e bij boeren in omgeving. Ik wil veearts worden, maar de weg via havo vond ik niks. Daarom ben ik hiervoor gegaan en natuurlijk ook omdat me het een mooie opleiding leek. Ik vind het belangrijk om te zien dat het ook op een andere manier kan.”

Bjarne (Hardenberg): “Ik vind het leuk om met koeien te werken. Ik heb 2 ooms die ook allebei een boerderij hebben en me vader is klauwbekapper. Dit thema is een keer wat anders.”

Chiel (Hardenberg): ‘We hebben thuis een melkgeitenbedrijf wat ik later wil overnemen en daarvoor heb je de opleiding Veehouderij opleiding voor nodig. En een andere baan buiten de agrarische sector lijkt mij niks. Je ziet nu wat meer van andere sectoren in de landbouw en dat ik ook wel leuk, hoe een loonwerker bijvoorbeeld tegen iets aan kijkt.’

Colin (Hardenberg): “Ik heb thuis geen agrarische achtergrond; mijn neef is de enige in de familie die op een boerderij werkt. Ik heb met hem meegelopen op een boerderij leek. Toen leek het mij ook leuk om te gaan doen en nu werk ik al meer dan 2 jaar op een boerderij. Ik vind dit thema goed, want dan weet je ook meer van andere takken en kun je kijken wat het best bij je past.”

Gijs (Almelo): “Ik ben Gijs, en mijn ouders hebben een bedrijf met sportpaarden. Ik heb deze opleiding gekozen omdat ik graag melkveehouder wil worden. Ik vind dit thema belangrijk want: je ziet allemaal verschillende takken van sport, je hoort verschillende meningen, je krijgt zelf een betere/andere mening.

De docenten aan het woord
Voor de docenten kent dit thema veel nieuwe uitdagingen. Didactisch vereist het een andere aanpak, doordat de lesstof heel opdracht (en daarmee student) gestuurd is. Er worden nieuwe werkvormen gevraagd, zoals het organiseren van debat.

Saskia Wolbers (docent Almelo): ‘Eén groep studenten moest een standpunt verdedigen waar ze eigenlijk niet echt achter stonden. Daarvoor hebben ze toen veel argumenten verzameld. Resultaat was dat zij juist sterker het debat ingingen, dan de groep die het standpunt moest verdedigen die dichter bij hun persoonlijke overtuiging stond. Opbrengst: studenten moeten leren luisteren en zich verplaatsen in de mening van een ander, hier niet emotioneel op reageren, maar met inhoudelijke argumenten het gesprek aangaan.’

Maar ook de inhoud van het thema is nieuwe kost. Susan Huijben (docent Veehouderij Hardenberg): ‘De studenten reageren er positief op. De lesstof zorgt er voor dat er discussies worden gevoerd. De samenwerking met de loonwerkdocent is ook erg prettig, het geeft ook jezelf weer een ruimere blik.’

En het levert ook veel werkplezier op. Rolf Klooster (docent GGI Hardenberg): ‘Ik ben heel positief! De studenten hebben echt interesse in de huidige gang van zaken binnen de agrarische sector.’

Susan Huijben
Saskia Wolbers
Rolf Klooster